Minder Grondrisico.nl
 

PFAS, en hoe dit risico bij andere ZZS voorkomen.

Als we het hebben over ‘mindergrondrisico’s’ dan zal menigeen denken: en PFAS? Vrijwel alle partijen die grond en baggerspecie verzetten hebben veel hinder ondervonden van de PFAS-affaire die sinds vorig jaar de gemoederen bezighoudt. En financiële consequenties heeft dat ook gehad. Wat kunnen we daarvan leren voor nieuwe vergelijkbare situaties?

In 2019 hebben veranderende inzichten in de omgang met PFAS in grond en baggerspecie geleid tot aangescherpte wetgeving. Al beschikbare erkende bewijsmiddelen van te verplaatsen grond en baggerspecie bleken te moeten worden aangevuld met PFAS. Dit was tijdrovend door de ontoereikende capaciteit van laboratoria in de eerste maanden, en duur. En vaak bleek al een geringe concentratie PFAS een belemmering te zijn voor het opnieuw toepassen van overtollige grond en baggerspecie terwijl de verwerkingscapaciteit van met PFAS verontreinigde grond en baggerspecie ontbrak, en hergebruiksmogelijkheden eveneens ontbraken of gewoon te duur werden. Er was geen depotruimte beschikbaar waar grond en baggerspecie met PFAS tijdelijk kon worden gestald of definitief geborgen. Schone grond en baggerspecie bleek opeens een schaars goed waarvan de prijs zal zijn toegenomen.

Gewijzigde wetgeving zal gevolgen hebben gehad voor in elk geval planning en budget/kosten.

Aannemers hadden een planning afgesproken voor hun projecten. De consequenties van het niet tijdig opleveren van een project zijn afhankelijk van de contractvorm en de in het contract vastgelegde wijze van omgaan met risico’s. Wijzigingen in wetgeving die niet ten tijde van het afsluiten van het contract waren te voorzien worden doorgaans als ‘exogeen risico’ gezien, en kunnen niet door opdrachtnemers worden voorzien noch worden beheerst.

Maar als gevolg van de ontstane situatie lagen veel projecten stil. Stilstand van materieel, chauffeurs en machinisten is een kostenpost omdat de PFAS-problematiek geen incident was maar in het gehele land in vrijwel alle projecten met grondverzet speelde. In welke mate deze kosten konden worden verhaald is nog de vraag.

En schone grond en baggerspecie die bijna geen PFAS bevatte werd natuurlijk een stuk duurder. In projecten met een grondvraag zal dat hebben geleid tot hoofdbrekens: waar halen we aantoonbaar schone grond (vrijwel zonder PFAS) vandaan en kunnen we de meerkosten verhalen. Vermoedelijk zullen veel contracten niet in de mogelijkheid hebben voorzien om deze extra kosten op opdrachtgevers te verhalen.

Het is niet ondenkbaar dat PFAS-achtige situaties zich herhalen in de toekomst. Ook het omgaan met thermisch gereinigde grond (TGG) is zo’n dossier met vergelijkbare risico’s. Naarmate meer ZZS onder de aandacht komen kunnen de beschreven problemen zich herhalen. Het is van belang om nieuwe toestanden te voorkomen, en daarnaast te proberen risico’s te beheersen.

Op deze website bieden we verschillende hulpmiddelen aan die kunnen helpen bij het beheersen van risico’s, en of het op een meer redelijke wijze verdelen van de lasten. Bij deze enkele tips.

Tips:

  • Risicoverdeling: alloceer exogene risico’s niet bij opdrachtnemers. Wijzigingen in wetgeving horen sowieso niet bij hen te worden gealloceerd. Zij zijn minder dan deskundige opdrachtgevers in staat deze te voorzien, en nog minder in staat om het optreden te beheersen. Neem in de risicoverdeling expliciet op dat exogene risico’s niet voor rekening van opdrachtnemer zijn.
  • Als er veel tijd zit tussen aanbesteding en uitvoering dan is het optreden van dit soort exogene risico’s niet uit te sluiten. Opdrachtgevers kunnen altijd hun licht opsteken bij de overheid (Rijkswaterstaat, Omgevingsdiensten) en aftasten of er ontwikkelingen gaande zijn die een impact kunnen hebben op het project. Door in de planfase al een werkgroep bevoegd gezag in te stellen kunnen ontwikkelingen tijdig worden voorzien.
  • Gevolgschade (een branche die deels stilstaat) laat zich niet in een risicodossier van een project opnemen. Dit is meer iets voor afstemming tussen brancheorganisaties en het ministerie van I&M i.c. Rijkswaterstaat.
  • De kosten van grondstoffen zijn altijd een kwestie van vraag en aanbod. Alleen in situaties waarin het aanschaffen van benodigde grond een zeer groot deel van de aanneemsom uitmaakt zouden daarover afspraken kunnen worden gemaakt. Bijvoorbeeld door op basis van de systematiek RV-Geotechniek marges te definiëren rondom een op moment van aanbesteding redelijke prijs. Bij te grote afwijkingen als gevolg van te benoemen oorzaken (als veranderende wetgeving) kunnen de meerkosten worden gedeeld volgens een af te spreken verdeelsleutel, of volledig bij opdrachtgever worden gelegd.
  • Maak het ontwerp/de plannen niet onnodig strak en faciliteer uitvoerende partijen bij het toepassen van in het project of in de nabijheid vrijkomende grond. We noemen dit robuuste plannen, of het ontwerpen met gebiedseigen grond. Natuurlijk moet de toe te passen grond aan wettelijke normen en eisen voldoen en de constructie aan functionele en technische normen en eisen. Ook kan afgaande op de milieuhygiënische kwaliteit het gebruik van bodemkwaliteitskaarten hergebruik van vrijkomende grond in dezelfde zone vergemakkelijken.
  • Als wets- en beleidswijzigingen in de lucht hangen dan kan in een verkennings- of planfase met risicogestuurd onderzoek de kans op het optreden van een risico beter worden ingeschat. Er kunnen dan tijdig passende maatregelen worden getroffen.
  • Het begeleidend document bodemdata is een document waarin de in de aanbesteding beschikbaar gestelde bodemgegevens worden geduid. Voorziet een aanbestedende dienst risico’s dan kunnen deze in dit document worden verwoord.
Rijkswaterstaat
Bouwend Nederland
Waterbouwers