Circulair grondgebruik

Gepubliceerd 22 januari 2022

Logo mindergrondrisico         ARTIKEL

Wat zijn de huidige situatie en de toekomst-mogelijkheden voor circulair grondgebruik binnen de GWW sector ? Een aanzet naar risicodenken daarbij.

“Verkenning Circulaire Economie voor de grondketen”

In opdracht van RWS heeft Tauw het rapport “Verkenning naar de betekenis van circulaire economie voor de grondketen” gepubliceerd op 26 april 2018.

De belangrijkste bevindingen en conclusies:

  • Ten behoeve van de GWW sector wordt jaarlijks ongeveer 44 mio ton aan delfstoffen ophoogzand en klei gewonnen cq ingevoerd
  • Daarnaast wordt veel grond ontgraven en hergebruikt zonder dat specifiek sprake is van winning (geschat 40 mio ton)
  • Van dit volume verlaat ongeveer 7% de keten (2% als afval (storten), 5% als product (immobilisaat).

Naast de GWW markt vind er winning plaats voor beton, asfalt en baksteenindustrie: dit valt buiten ons aandachtsveld.

De conclusie van het rapport, specifiek voor de GWW markt, is dat grondketen in Nederland bijna model kan staan voor de Circulaire Economie. Bijna alle vrijkomende grondstromen worden feitelijk teruggeven aan de bodem waarbij een gesloten kringloop ontstaat. Milieukundig sterk vervuilde stromen worden gereinigd en slechts bij uitzondering gestort.

Wettelijk kader, ontwerpkaders en economische principes

Dat we in Nederland zo zorgvuldig omgaan met grondstromen heeft 3 belangrijke onderliggende redenen:

  1. Wettelijk kader. Het Landelijk Afvalbeheer Plan (LAP) vormt de basis voor hoe om te gaan met “afval”, waarin per grondstroom de minimale verwerkingstandaard wordt aangegeven. Hierin wordt voor grond, baggerspecie en bouwstoffen verwezen naar Besluit Bodemkwaliteit (BBk), wat regelt wie werkzaamheden mag uitvoeren (Kwalibo)
  2. Voor de toepassing van grond in bijvoorbeeld infrastructurele en waterveiligheidswerken worden eisen gesteld op basis van de RAW. De RAW eisen (22.06.01 tm 22.06.06, eisen aan zand en klei) zijn afgestemd op in Nederland beschikbare grondstromen
  3. Economische principes. Het materiaal grond heeft een lage waarde per m3 waardoor bijvoorbeeld winning en transportkosten een sterke invloed hebben op de totaalkosten. In ontwerptrajecten wordt daarom veel aandacht besteedt aan het streven naar een gesloten grondbalans binnen de projectgrenzen.

Werk met werk maken

Daar waar binnen een project gezocht wordt naar mogelijkheden om met een gesloten grondbalans te werken ontmoeten wet- en regelgeving, ontwerpeisen en economische principes elkaar.

Een paar voorbeelden:

  1. Voor de bekleding van een dijk wordt gewerkt met erosiebestendige klei. Aan deze klei worden bijvoorbeeld eisen gesteld aan het gehalte organische stof en de plasticiteit. Vanuit het BBk worden eisen gesteld aan de milieuklasse. Door lozing in het rivierwater zijn afzettingen in meer of minder mate verontreinigd en ten gevolge van het landbouwkundig ligt het organisch stof gehalte boven de norm. Niet constructief materiaal (slappe bagger) dan wel met een hogere verontreinigingsgraad, zij het wel herbruikbaar, worden doorgaans afgevoerd naar diepe plassen.
  2. Voor de ophoging van terpen wordt een kern gebouwd met zand(vervanger). Binnen de RAW zijn ruime eisen gesteld t.a.v. het zandgehalte (minimaal 50%) en biedt het BBk de mogelijkheid tot de keuze voor een Grootschalige Bodem Toepassing (GBT). Een GBT is hierin een belangrijke hergebruiksoptie om partijen grond met een hogere verontreinigingsgraad, zij het wel herbruikbaar, toe te passen en deze van elders te betrekken. Hiermee worden dergelijke partijen grond in de kringloop gehouden..
  3. Landschappelijke inpassing. Als er op een (integraal) project grond overschotten ontstaan zijn er vaak kansen om deze overschotten nuttig toe toepassen in het eigen project. Denk aan kwelbeperkende lagen, hoogwatervluchtplaatsen, uitzichtheuvels, zicht en geluidswallen. Dit vraagt vanzelfsprekend om een ontwerptraject waar de gesloten grondbalans als randvoorwaarde wordt beschouwd.

Toepassen van materialen van buiten de grondketen

Naast de grondstromen welke direct worden ontgraven uit de bodem wordt in de GWW ook gebruikt gemaakt van bouwstoffen uit andere sectoren. De bekendste voorbeelden:

  1. Reststromen uit grondreiniging. Grond verontreinigd boven de interventiewaarde wordt gereinigd bij biologische, extractieve of thermische reinigers. Hierbij wordt veelal terug gereinigd tot herbruikbare milieukwaliteit waar bij deze stroom kan worden verwerkt in bijvoorbeeld Grootschalige Bodemtoepassingen (GBT’s in Bbk).
  2. Reststromen bij reiniging teerhoudend asfalt als zandvervanger. Afhankelijk van het reinigingsproces ontstaat hierbij een product wat dan wel als grond, dan wel als bouwstof onder restricties kan worden toegepast
  3. Reststromen van staalindustrie, energiecentrales e.d. als zandvervanger. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om staalslakken en bodemassen. Onder de huidige wet- en regelgeving is deze toepassing mogelijk als IBC (Isoleren, Beheren en Controleren), maar deze mogelijkheid vervalt bij inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet.
  4. Overige reststromen als zandvervanger. Het gaat hier om specifiek stromen (bijv. granuliet als bijproduct van granulaat productie) welke voor bepaalde toepassingen onder gerichte (milieu)restricties kunnen worden ingezet zoals keileem,

Bovengenoemde zandvervangers leveren bij toepassing veelal aanzienlijke financiële voordelen op in verhouding tot natuurlijke materialen. Daarnaast wordt een maatschappelijk probleem opgelost: deze toepassingen voorkomen het storten van deze reststromen.

De afgelopen jaren hebben deze toepassingen tot milieukundige problemen en publieke verontwaardiging geleid. Als gevolg hebben grote opdrachtgevers in het publiek domein (RWS en waterschappen) mede daarom worden een aantal van deze toepassingen contractueel geblokkeerd.

Circulair versus Duurzaam

Het gebruik van grondstromen kunnen we daarom ook beter breder beschouwen als we de principes volgen van Duurzaam GWW. In het hierbij gebruikelijke ambitie web kunnen we plaats bieden aan:

  • Energie (Energieverbruik en CO2-emissie, energieopwekking)
  • Materialen (materiaalgebruik, materiaalproductie)
  • Bodem (bodemkwaliteit, bodemsysteem, archeologie)
  • Ecologie (biodiversiteit, ecologische structuren)
  • Ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde, toekomstwaarde)
  • Welzijn (gezondheid, hinder, veiligheid, leefomgeving)

Willekeurig voorbeeld van een ambitieweb

Willekeurig voorbeeld van een ambitieweb

Deze interpretatie naar aspecten geeft mogelijkheden om vanuit de sector ruimer (integraal) te kijken dan alleen in de termen circulariteit en duurzaamheid. Het waarderen en daarmee het tot uitvoering brengen van het ambitieniveau is nu contract gestuurd maar (nog) onvoldoende bij wet en beleid.

Toekomstbeeld

Voor het verduurzamen van grondverzet zijn een aantal actuele ontwikkelingen van groot belang welke hieronder worden benoemd;

  • Wereld: Klimaatverandering. Om klimaatverandering tegen te gaan zijn afspraken gemaakt over het reduceren van emissies van broeikasgassen. Daarnaast is het omgaan met de gevolgen van klimaatverandering (adaptatie) onderwerp in het Deltaprogramma. Op termijn zullen (delta) beslissingen genomen moeten worden over het klimaatbestendig inrichten van de Nederlandse leefomgeving. Daarvoor zal veel grondverzet nodig zijn. Een van de 1e deltabeslissingen was het vaststellen van nieuwe waterveiligheidsnormen. Het HWBP programma is erop gericht de keringen te laten voldoen aan deze normen.
  • Vanuit Europa wordt meer invloed uitgeoefend om op nationaal niveau een gezond, veilig en schoon (leef)milieu te borgen. Dit is door Nederland onlangs als ambitie verwoord in het Nationaal Milieubeleidskader, waarbij verdere uitwerking van de “bouwstenen”: voorkomen, beheersen, verbeteren en verbinden. Ondanks dat hierin wordt gesteld dat duurzaamheidsopgave groot is, impliceert het een aanscherping van de regels en normen, zoals producentverantwoordelijkheid.
  • Nederland: Duurzaamheidsambities nemen zowel vanuit de overheid als het bedrijfsleven sterk toe. Dit wordt zichtbaar in subsidie beleid en inkoopstrategie
  • De zorgplicht wordt sterker verankerd, waarbij de toepasser verantwoordelijk is om te bepalen of een toepassing geschikt is (of niet). Dit wordt ook uitgebreid naar niet genormeerde stoffen en parameters. Deze wet beoogt om op lokaal / regionaal meer beleidsmatige ruimte te geven voor maatwerk, waarbij het not-in-my-backyard principe op de loer ligt en een “lappendeken” aan regels en normen zal gaan ontstaan. Landelijk worden de normen aangescherpt ten aanzien van GBT’s en diepe plassen en wordt de toepassing onder IBC geschrapt. Toezicht en handhaving richt zich op controle achteraf.
  • Opkomende stoffen (ZZS, micro/nano-plastic, exoten, etc). Er wordt steeds meer bekend van het gedrag en effect van stoffen en het analyseren ervan wordt steeds nauwkeuriger. PFAS is een eerste voorbeeld, waarbij het hanteren van (voor)zorgprincipe (zonder wettelijke verankering) een groot effect heeft (gehad) op de beperking van (duurzaam) hergebruik
  • Effect grondverzet op ecosystemen en ecosysteemdiensten. Grondverzet leidt in veel gevallen tot verstoring van het bestaande ecosysteem en diensten. Herstel daarvan is alleen mogelijk als hier de omstandigheden voor worden gecreëerd en vraagt kennisontwikkeling op dit vlak. Meer en meer is er maatschappelijke aandacht (bijv Planbureau voor de leefomgeving) voor waarde behoud en waarde creatie in relatie tot grondverzet.

Conclusie

Met de hierboven geschetste ontwikkelingen is de verwachting dat

  • de huidige hergebruiksgraad zal verminderen,
  • terwijl de opdracht tot stimuleren van circulariteit en duurzaamheid juist een uitdaging zal vormen om deze ogenschijnlijke tegengestelde belangen met elkaar te kunnen verbinden en harmoniseren.

Deze grote opgave vraagt om een goede samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen en marktpartijen. Kennis van de sector is onontbeerlijk bij het aangaan van deze uitdagingen.

Meer informatie: