Minder Grondrisico.nl

Voorbereiding aanbesteding

Completeren document bodemdata

Met het document dat bodemdata begeleidt, is in het begin van de planfase een start gemaakt. Nu is risicogestuurd onderzoek uitgevoerd, heeft een marktconsultatie plaatsgevonden en is nagedacht over de wijze van aanbesteden. De uitgangspunten  met betrekking tot bodemdata kunnen hierna worden vastgelegd. [Begeleidend document bodemdata]

Bodemdata  dient geordend en gestructureerd te worden overgedragen. De inspanning die daarin door de aanbestedende dienst wordt gestoken, is afhankelijk van de hoeveelheid beschikbare informatie. Inschrijvers hebben meestal beperkte tijd om alle informatie te doorgronden. Des te transparanter informatie beschikbaar is, des te minder discussie en een groter risicobewustzijn bij inschrijvers. Door gebrek aan tijd is het niet altijd mogelijk om een diepgaande evaluatie uit te voeren.

Geordende bodemdata kan aanbestedende diensten helpen bij het signaleren en constateren van tegenstrijdigheden.

De UAV-GC stelt dat opdrachtgevers van werken verantwoordelijk zijn voor de juistheid van de informatie die zij aan inschrijvers aanbieden ten behoeve van een inschrijving.

Als inschrijvers van mening zijn dat de beschikbaar gestelde data onvolledig is en dit het maken van een goede aanbieding met beheersbare risico’s in de weg staat kunnen zij dit bij de aanbestedende dienst kenbaar maken en verzoeken aanvullend risico-gestuurd onderzoek uit te (laten) voeren.

Het kan zijn dat onjuistheden, omdat ze niet zijn gesignaleerd, in de uitvoering tot problemen en ongewenst meerwerk leiden. In de praktijk is het lastig om een opdrachtnemer, na gunning, te confronteren met onjuistheden die hij niet heeft gemeld, maar wel had kunnen zien. Op een inschrijver (de précontractuele fase) rust dus niet een waarschuwingsplicht gebaseerd op voorwaarden zoals de UAV-GC 2005. Tijdens de précontractuele fase rust op de inschrijver wel de waarschuwingsplicht die volgt uit het Burgerlijk Wetboek. [Waarschuwingsplicht]

Onjuistheid van bodemeigenschappen is een lastig begrip. Omdat de bodem sterk heterogeen kan zijn, is het resultaat van een meting vaak slechts representatief voor een klein bodemvolume rond het meetpunt. Een volgend monster of nieuwe meting zal nooit op exact dezelfde plaats worden genomen/uitgevoerd en door de bodemheterogeniteit een ander meetresultaat opleveren. Er is dan strikt genomen geen sprake van een onjuist eerste meetresultaat. Daarvan kan hooguit sprake zijn wanneer de meting niet correct is uitgevoerd, en/of het monster niet correct en volgens de norm is behandeld en beoordeeld.

De interpretatie van de meetgegevens kan onjuist zijn:

  • Een bodemeigenschap is gemeten in een beperkt aantal monsters (klein volume) en de vastgestelde waarde is ten onrechte als representatief beschouwd voor een veel groter bodemvolume.
  • De beoordeling van bodemeigenschappen is gebaseerd op meetmethodes die daarvoor niet geschikt zijn. Zo is een goede civieltechnische beoordeling van vrijkomende grond niet mogelijk op basis van boorprofielen die zijn gemaakt bij de monstername in een verkennend milieuhygiënisch onderzoek.

Opdrachtgevers moeten dus kritisch zijn op de interpretatie van bodemgegevens. Alhoewel van inschrijvers mag worden verwacht dat zij kennis in huis hebben om interpretaties van bodemdata te beoordelen ontbreekt daarvoor in de hectische tijd die de aanbesteding is soms de tijd. Discussies achteraf kunnen worden vermeden door in het rapport dat bodemdata begeleidt duiding te geven aan data en interpretaties met betrekking tot bodemeigenschappen.

Rijkswaterstaat
Bouwend Nederland
Waterbouwers