Bodemdata: Kans of Risico

Gepubliceerd 16 februari 2022

Logo mindergrondrisico         ARTIKEL

Berichten in de pers over problemen in projecten als gevolg van onverwachte (bodem-)omstandigheden laten zien dat er op het gebied van bodemdata nog veel te verbeteren is.

In de meeste infrastructuurprojecten speelt bodeminformatie een belangrijke rol in het beheersen van grondgerelateerde risico’s. Marktpartijen hebben naar aanleiding van het programma Ruimte voor de Rivier samen met Rijkswaterstaat een kist met  gereedschappen gevuld die kunnen worden gebruikt bij risicobeheersing  Bodemdata speelt daarin een belangrijke rol. Berichten in de pers over problemen in projecten als gevolg van onverwachte (bodem-)omstandigheden laten zien dat er op het gebied van bodemdata nog veel te verbeteren is.

Aanleiding

De faalkosten zijn in de bouw en bij de aanleg van infrastructuur nog steeds erg hoog. Bodemdata speelt daarbij ook een rol. We denken dan aan een ontwerp dat onvoldoende is gebaseerd op bodemdata. Ook schrijven marktpartijen in op project terwijl de ter beschikking gestelde bodemdata onvolledig is voor een goede inschrijving, wat kan leiden tot bewuste of onbewuste speculatie. Ook kan de onbeheersbare hoeveelheid data een rol hebben gespeeld, het gebrek aan samenhang en ordening van die data en gebrek aan duiding.

Opdrachtgevers zijn volgens de UAV-GC niet verantwoordelijk voor volledigheid van bodemdata. Maar zij en opdrachtnemers worden wel geconfronteerd met de gevolgen ervan als onvolledigheid en andere tekortkomingen leiden tot bloopers.

Genoemde gereedschapskist bevat voldoende instrumenten om het aan bodemdata gerelateerde risico te beperken. Samenwerking tussen opdrachtgevers en marktpartijen kan daarbij een belangrijke rol spelen.

In dit artikel vindt u een pleidooi voor een betere duiding van informatie in de aanbestedingsfase. Daarnaast gaan we in enkele beschikbare gereedschappen en verbeteringen die we al zien in de dagelijkse praktijk.

Scope

Bodem en ondergrond omvat alles onder het maaiveld, van bodemopbouw en chemische en fysische eigenschappen, grondwater tot niet gesprongen explosieven, erfgoed (archeologie), kabels en leidingen, obstakels, Japanse duizendknoop etc.

Bodeminformatie speelt al in de verkenningsfase een rol als de haalbaarheid van een initiatief op hoofdlijnen wordt verkend en bodeminformatie richting kan geven aan het kiezen van uit te werken varianten/alternatieven. Gaandeweg wordt de informatiebehoefte concreter, meer gericht op het concreet te maken werk en op uitvoeringsvraagstukken.

Ambities

Verstandig omgaan met bodemdata omvat het tijdig en risicogestuurd verzamelen van bodemdata, duiding van die data, dialoog tussen markt en opdrachtgevers over bodemdata, het samen identificeren van restrisico’s en die proportioneel en transparant (ver)delen. Tijdig de noodzakelijke bodemdata verzamelen past ook bij de leidende principes in de nieuwe marktvisie van Rijkswaterstaat: het vormt de basis voor een doelmatige, rendabele en financierbare opgave voor alle betrokkenen, en samen nadenken over de betekenis van bodemdata voor een project geeft inzicht in elkaars belangen en de risico’s en kan de basis vormen voor gezamenlijke risicobeheersing.

Tenslotte moet worden voorkomen dat bodemdata de oorzaak wordt van ongezonde speculatie en een ondermijning van een gezond verdienmodel van marktpartijen. In de aanbesteding beschikbaar gestelde data moet in de behoefte van marktpartijen voorzien. Dat impliceert overigens ook dat marktpartijen waarschuwen als zij in een aanbestedingsfase tekortkomingen signaleren!

Status van informatie

Conform de UAV&GC zijn opdrachtgevers verantwoordelijk voor de juistheid van aangeleverde informatie, maar niet voor de volledigheid. Bodemdata zijn mits volgens normen verzameld over het algemeen juist, maar de betekenis ervan in ruimtelijke zin nogal eens beperkt en representatief voor een klein bodemvolume. Omdat in geïntegreerde contracten marktpartijen ook het ontwerp maken wordt het volledig maken van bodemdata over gelaten aan hen. Het ontwerp bepaalt namelijk de informatiebehoefte. Hier gaat het in projecten met veel grondverzet nogal eens mis. Goed te merken dat waterschappen in het HWBP-programma ervaring opdoen met 2-fasencontracten waarin beide partijen samen vaststellen hoe ze bodemdata gerelateerde risico’s kunnen beperken en pas de kosten van een project ramen als onzekerheden tot een voor beide partijen voldoende laag niveau zijn teruggebracht.

Ook wordt nogal eens onderscheid gemaakt tussen informatieve of bindende gegevens. Informatieve gegevens zouden gegevens zijn waaraan inschrijvers geen rechten kunnen ontlenen. Dit is zeer ongewenst. Het kan voorkomen dat opdrachtgevers beperkingen zien bij het gebruik van ter beschikking gestelde data. We pleiten ervoor om die beperkingen dan expliciet te maken en te duiden. Bijvoorbeeld door expliciet te duiden waarvoor het betreffende onderzoek is verricht en waarvoor niet.

Die duiding van data is ook beter als beschikbare data niet wordt meegegeven bij de aanbestedingsstukken. Inschrijvers gaan vaak op zoek naar data in openbare bronnen. Waarom zijn stukken bewust niet meegegeven, en als er sprake is van tegenstrijdigheden, hoe vindt opdrachtgever dat daarmee moet worden omgegaan?

Uit onderzoeksrapporten blijkt natuurlijk wanneer het gaat om data en wanneer om interpretatie. Deskundige opdrachtgevers zouden moeten duiden met welk doel die interpretatie heeft plaatsgevonden.

Verstrekt een opdrachtgever data dan mag opdrachtnemer niet worden verweten dat hij deze serieus neemt en zich op de bruikbaarheid mag verlaten. De waarde van de interpretatie van data hangt samen met de gehanteerde interpretatiemethode, de kwaliteit van de invoer, omvang van het bodemvolume waarover uitspraken worden gedaan en het doel van de interpretatie. Indien opdrachtgever signaleert dat interpretaties van data risico’s kunnen introduceren, is het verstandig dit te melden. De mate van deskundigheid van afzonderlijke partijen bepaalt de mate van verantwoordelijkheid ten aanzien van de interpretatie van informatie. Als opdrachtgever wordt bijgestaan door adviseurs heeft hij een grote verantwoordelijkheid. Wij adviseren expliciet aan te geven wie de interpretatie heeft uitgevoerd, met welk doel, en op basis van welke methodes. In andere landen, zoals het VK en de US worden data en interpretatie in gescheiden rapporten verzameld en aangeleverd.

Inschrijvers mogen uitgaan van de juistheid van aan hen ter beschikking gestelde informatie. Op hen rust niet de plicht om de juistheid daarvan te verifiëren. Als in data en interpretaties andere dan algemeen bekende onzekerheidsmarges zitten, dan verdient het aanbeveling om deze nader te duiden. ‘Onzekerheidsmarges’ zijn juist vaak hét probleem (de ‘extrapolatie-discussie’).

De waarschuwingsplicht van inschrijvers (ook die inzake data) is nader bepaald in paragraaf 4 lid 7 UAV-GC 2005. De waarschuwingsplicht ziet op het waarschuwen voor klaarblijkelijke fouten die van dien aard moeten zijn dat de opdrachtnemer is strijd met eisen van redelijkheid en billijkheid zou handelen als hij gaat uitvoeren zonder te waarschuwen. Voor de invulling van zijn waarschuwingsplicht behoeft een inschrijver dus niet de verstrekte informatie te verifiëren.

Bodemdata kan om verschillende redenen verouderd zijn:

  1. de chemische kwaliteit verandert met de tijd door uitdamping en afbraak. Ook kan de beoordeling van chemische kwaliteit veranderen door aanscherping van normen en de introductie van nieuwe stoffen (PFAS en andere ZZS).
  2. Bodemeigenschappen veranderen door gebruik, zoals bodemverdichting door berijden met zwaar materieel.
  3. Bodemlagen zijn sinds de uitvoering van het onderzoek ‘onthoofd’ door vergraven of erosie, of het maaiveldniveau is gewijzigd door ophoging.

Als opdrachtgever zich ervan bewust is dat zij gedateerde informatie dan is het van belang dat hij dit vooraf ondubbelzinnig aangeeft.

Samen

Het is begrijpelijk dat opdrachtgever niet zelf alle denkbare bodemdata verzamelt als het de taak is van een opdrachtnemer om een ontwerp te maken en hij nog de nodige vrijheid heeft in locatiekeuze en ook de techniek nog vrij is en daarmee de relevantie van bodemdata. Maar opdrachtnemers moeten wel een inschrijfsom kunnen bepalen en de risico’s incalculeren. Dit pleit er voor om de markt op zijn minst twee keer te laten meedenken:

  • In een pre-aanbestedingsfase. Welke bodemdata is nodig voor een goede aanbesteding en goede risicoverdeling? Opdrachtgever verzamelt die en voegt die toe aan de aanbestedingsstukken.
  • Tijdens de aanbesteding: welke data ontbreekt en hoe wordt daarmee omgegaan? Worden de risico’s van onvolledige bodemdata gedeeld of wordt ontbrekende data verzameld door opdrachtgever of door de inschrijver?

Een alternatieve aanpak is natuurlijk samen risico’s identificeren en beperken met onderzoek in een 2-fasencontract. In het HWBP-programma doen verschillende waterschappen hiermee ervaring op.

Kortom: wij pleiten ervoor om in aanbestedingen van projecten waarin bodem een relevante rol speelt een ‘begeleidend rapport’ op te stellen waarin duiding plaatsvindt. De gangbare praktijk van het overhandigen van een literatuurlijst en een enorme hoeveelheid ongeordende data speelt speculatie in de hand en past ook niet bij de ambities die alle partijen uitspreken. De praktijk leert dat goede duiding van data en risicogestuurd onderzoek in de verkennings- en planfase ruim wordt terugverdient. Aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid voor bodemdata uitsluiten is daarmee ook overbodig. De website biedt een inhoudsopgave voor een dergelijk rapport.

Enkele voorbeelden

De chemische kwaliteit van te ontgraven grond wordt vaak indicatief in de verkennings- of planfase vastgesteld met een verkennend bodemonderzoek. Koet voor ontgraven wordt een partijkeuring uitgevoerd, een erkend bewijsmiddel op basis van een nauwkeuriger analysemethode. In de praktijk is gebleken dat gehaltes DDT onder de detectielimiet in een VO bij een partijkeuring klasse B kunnen blijken. Een verschil met grote financiële consequenties.

Een bodemkwaliteitskaart geeft statistische interpretatie van de kwaliteit van grond. Dat is voldoende voor hergebruik van vrijkomende grond in hetzelfde gebied. Moet de grond echter uit het gebied worden afgevoerd dan moeten partijkeuringen worden uitgevoerd. In de praktijk is gebleken dat meer dan 10% van de partijkeuringen in een project een veel slechtere kwaliteit laat zien met vervelende financiële gevolgen. Met duiding van de interpretatie van de kaart hadden inschrijvers dit risico wellicht van te voren zien aankomen.

We zien ook regelmatig dat inschrijvers de geotechnische interpretatie van grond baseren op de resultaten van milieukundig bodemonderzoek. We zijn tegengekomen dat grond die volgens de RAW-systematiek wordt geclassificeerd als bosgrond in een milieukundig bodemonderzoek met een boorbeschrijving op basis van de NEN5104 als klei met humeuze bijmenging wordt gezien. Milieukundige interpretaties gebruiken voor de beoordeling van de erosiebestendigheid van vrijkomende klei kan tot grote teleurstellingen en hoge kosten leiden.

In rapporten van milieukundige bodemonderzoeken worden boorprofielen gepresenteerd en een interpretatie per bodemlaag gegeven. Maar in de praktijk zijn die bodemlagen natuurlijk niet altijd gescheiden te ontgraven. Hergebruiksmogelijkheden als grond zijn volgens het Besluit bodemkwaliteit beperkt tot bodemmateriaal met minder dan 20% bodemvreemde bijmenging. Feitelijke bodemdata aanleveren als boorprofielen is prima, maar met de interpretatie is voorzichtigheid geboden en duiding wellicht verstandig.

Conclusies

Bodemdata is een belangrijke bron van onzekerheid en dus van risico’s. Samen met de markt informatiebehoefte risicogestuurd vaststellen is wenselijk voor een goede projectbeheersing en een fatsoenlijk rendement voor uitvoerende partijen. Inschrijvers ieder voor zich enorme hoeveelheden data laten doorgronden in een aanbestedingsfase is niet realistisch en niet proportioneel. Ordening van data en duiding kan de last voor inschrijvers beperken, opportunistisch inschrijven minder aantrekkelijk maken en risico’s helpen beheersen. Door voor die duiding een eenduidige rapportagevorm met vaste inhoudsopgave te kiezen wordt uniformiteit in hand gewerkt. De website www.mindergrondrisico.nl biedt de nodige handvatten voor verstandig omgaan met bodemdata.